Leerchunk 5: (De)radicaliseringsmodel

Deze leerchunk geeft een korte toelichting op een model van radicaliseren en deradicaliseren. Aan de hand van het model leggen we uit hoe een radicaliseringsproces in drie fasen kan verlopen en wat de rol van persoonlijke weerbaarheid in dit proces is.

In de tweede leerchunck hebben we een aantal verklaringsmodellen op het radicaliseringsproces toegelicht.
In deze video leggen we aan de hand van de versimpelde casus Virgil het model van radicaliseren en deradicaliseren uit.

Radicalen zijn niet van het ene op het andere moment bereid om een aanslag te plegen, daar gaat een gefaseerd proces van radicalisering aan vooraf.
Als mensen hun gedrag laten bepalen door hun radicale gedachten, kan dat leiden tot extremisme en terrorisme. Maar lang niet iedereen die radicaliseert gaat daadwerkelijk over tot extremistisch handelen.
Mensen kunnen tijdens het proces ook besluiten dat het toepassen van geweld niet de manier is om hun doel te bereiken. dan gaan zij niet over tot de actiefase. iemand kan in de loop der tijd ook minder radicaal over iets denken. Dan spreken we over een proces van deradicaliseren.
Aan de hand van het model leggen we uit hoe een radicaliseringsproces in drie fasen kan verlopen.

De gevoeligheidsfase - In deze fase wordt iemand gevoelig voor radicale ideeën.
In de gevoeligheidsfase spelen verschillende factoren een rol zoals een ‘gevoel dat je groep bedreigd of achtergesteld’ wordt, ‘maatschappelijke gebeurtenissen’ en’onzekerheid over de identiteit’.
In de pubertijd komt Virgil langzaam in de problemen. Hij pleegt steeds vaker kleine criminaliteit en komt daarbij in aanraking met de politie. Op school was Virgil nooit een uitblinker, maar het laatste jaar kelderen zijn cijfers en wordt hij van school gestuurd omdat hij veel spijbelt.
Zijn leven bestaat uit rondhangen, criminaliteit en kickboksen. Bij een inbraak komt een vriend van Virgil om het leven. Virgil voelt zich nutteloos en ziet nog maar weinig perspectief in zijn leven. Dit wordt erger wanneer zijn vriend komt te overlijden. Deze laatste gebeurtenis noemen we een ‘triggerfactor’.

De groepslidmaatschapsfase - In deze fase sluit de persoon zich aan bij een radicale groep. Dit kan zowel online als offline gebeuren.
In de groepslidmaatschapsfase spelen verschillende factoren een rol zoals ‘isolatie’, ‘cognitieve dissonantie’ en’waargenomen effectiviteit van de groep’.
Na het overlijden van hun vriend verdiept de vriendengroep zich steeds meer in een radicale versie van de islam. Ze raken steeds meer geisoleerd en gaan alleen nog maar met gelijkgestemden om.
Virgil vindt de duidelijke leefregels fijn, het geeft hem een belangrijk doel in het leven en voelt zich daardoor onderdeel van een groter geheel.

De actiefase - In deze fase gaat een persoon zich bezighouden met gewelddadige en geheime acties van de groep.
In de actiefase spelen verschillende factoren een rol zoals ‘wij-zij retoriek’, ‘cognitieve dissonantie’ en ‘besef van eigen sterfelijkheid’.
Virgil denkt erover na om in Nederland een statement te maken om mensen wakker te schudden. Hij probeert niet op te vallen tijdens zijn onderzoek naar zwakke plekken in de beveiliging van het binnenhof.

Aan de linker kant van het model zie je dat er allemaal factoren zijn die ertoe kunnen leiden dat iemand radicaliseert.
aan de rechterkant van het model zie je dat er allemaal factoren zijn die ertoe kunnen leiden dat iemand de-radicaliseert.

Het model verdeelt deze factoren in drie niveaus.
het microniveau – deze factoren spelen zich af binnenin een persoon, denk bijvoorbeeld aan zoektocht naar identiteit en betekenis.
het mesoniveau – deze factoren spelen zich af op groepsniveau, denk bijvoorbeeld aan vriendschappen en familieverbanden.
het macroniveau – Bij deze factoren gaat het om gebeurtenissen die zich afspelen op maatschappelijk niveau.

Deze factoren hebben niet op iedereen dezelfde impact en leiden niet per se tot radicalisering of deradicalisering.
Mensen hebben namelijk een weerbaarheidsschild dat hen beschermt tegen invloeden en onzekerheden.
Factoren die weerbaarheid tegen radicalisering vergroten, en dus het schild vullen, zijn in élk geval:
Vertrouwen in de goede bedoelingen van instituties, zoals school of politie. Flexibiliteit van denken, dat wil
zeggen kritisch en vanuit verschillende invalshoeken kunnen denken. Het hebben van een doel, of betekenis in het leven. En lid zijn van meerdere verschillende sociale groepen.

Er zijn ook allerlei factoren mogelijk die maken dat iemand gaat deradicaliseren. Deze hebben minder impact naarmate de persoon al verder is in het radicaliseringsproces. Het is daarom van belang om er vroeg in een radicaliseringsproces bij te zijn. Vanaf de groepslidmaatschafsfase wordt iemand namelijk door de groep weerbaar gemaakt tégen déradicalisering.
Aan deze kant van het model kun je er als professional op inzetten dat de factoren die leiden tot radicalisering worden afgezwakt, weggenomen of door de persoon in een ander perspectief gezien worden. Ook kun je investeren in weerbaarheid, door bijvoorbeeld iemand te helpen een duidelijk doel in het leven te vinden. Hierdoor hebben de factoren minder impact op de persoon, en is hij of zij minder vatbaar voor radicalisering.
Bij Virgil kunnen we opmaken dat hij geen dik weerbaarheidsschild heeft. Hij heeft weinig andere vrienden, geen duidelijk doel in het leven en is erg beïnvloedbaar.

Je hebt gezien hoe een proces van radicalisering en deradicalisering kan verlopen. Het is belangrijk te beseffen dat het radicaliseringsproces bij iedereen anders kan verlopen. Een aantal factoren zoals identiteitsontwikkeling, gevoel van discriminatie, zwart/wit denken en maatschappelijke gebeurtenissen kunnen een sterke impact op het radicaliseringsproces hebben.
Om het effect van ronselende groepen te kunnen verzwakken en weerbaarheid van individuen te vergroten is het van belang om vroegtijdig het gesprek aan te gaan.

Met deze video hebben wij jou kennis laten maken met het model van radicalisering en de-radicalisering.